**1..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die met één ander zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft;
**3..** Geen toeslag wordt verleend aan de alleenstaande of de alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben.
**4..** Voor de toepassing van dit artikel wordt een inwonend kind niet aangemerkt als “een ander”.
**5..** Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, dat zijn hoofdverblijf in de woning van de alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als “een ander”.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen Wet Investeren in Jongeren