Naar hoofdinhoud
1.. De uitkeringsgerechtigde krijgt zelf de gelegenheid binnen twintig werkdagen werkzaamheden aan te dragen die voldoen aan het bepaalde in artikel 3 van de verordening. 2.. Wanneer de uitkeringsgerechtigde niet binnen twintig werkdagen werkzaamheden heeft aangedragen die voldoen aan het bepaalde in artikel 3 van de verordening, dan legt het college aan uitkeringsgerechtigde werkzaamheden voor, zo mogelijk meerdere soorten. 3.. Wanneer het college niet binnen één maand na het verstrijken van de periode zoals genoemd in lid 2 van dit artikel werkzaamheden voorlegt, dan treedt artikel 6 van de verordening in werking.

Rechtspraak bij dit artikel