Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Weigering bij de IOAW en de IOAZ

Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

1.. Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de IOAW of IOAZ en de gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren, bedoeld in artikel 9, tweede lid onderdelen a tot en met d, dusdanige vormen aannemen dat gesproken moet worden van het verwijtbaar eindigen van de dienstbetrekking van de werkloze werknemer of diens partner of deze een dienstbetrekking verwijtbaar niet heeft verkregen, weigert het college de uitkering en wel: voor de duur van de geëindigde of niet verkregen dienstbetrekking, doch niet langer dan zes maanden, en tot het bedrag van het inkomen dat de belanghebbende maandelijks zou hebben kunnen verwerven of heeft verloren. 2.. Nadat ten aanzien van de belanghebbende met een IOAW of IOAZ uitkering tweemaal toepassing is gegeven aan het eerste lid, weigert het college de gehele uitkering blijvend, naar de mate waarin de belanghebbende met het verrichten van deze arbeid inkomen zou hebben kunnen verwerven of heeft verloren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel