Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

1.. Met betrekking tot algemene bijstand: Als een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet, vindt verlaging plaats van de bijstandsnorm. De verlaging wordt vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm voor de duur van een maand. 2.. Als sprake is van te snel interen van vermogen wordt in afwijking van het eerste lid de verlaging van de uitkering vastgesteld op 10% van de bijstandsnorm. De duur van de verlaging wordt daarbij afgestemd op de periode waarin belanghebbende verwijtbaar eerder een beroep op bijstand doet als sprake is van te snel interen van vermogen. 3.. Met betrekking tot de bijzondere bijstand of individuele inkomenstoeslag: Indien het beroep op bijzondere bijstand of individuele inkomenstoeslag het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, kan de gevraagde bijzondere bijstand of individuele inkomenstoeslag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij wijze van maatregel. Ingeval sprake is van zeer dringende redenen of klaarblijkelijke hardheid kan de gevraagde bijstand worden verleend in de vorm van een renteloze lening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel