**1..** Indien het bezit van een belanghebbende niet tenminste driemaal de toepasselijke norm bedraagt of lager is dan de recidiveboete, verrekent het college de eerste maand de recidiveboete volledig met de norm. De twee maanden erna wordt volledig verrekend totdat een bedrag gelijk aan het bedrag van het bezit verrekend is.
**2..** Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke norm.
**3..** Indien belanghebbende geen bezit heeft, verrekent het college de eerste maand de recidiveboete volledig met de norm. De twee maanden erna wordt op een dusdanige wijze verrekend dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke norm.
**4..** De verrekening, bedoeld in dit artikel, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de boete is opgelegd.
**5..** Indien belanghebbende desgevraagd geen gegevens verstrekt over zijn bezit, wordt de recidiveboete eveneens in drie maanden volledig verrekend met de norm.
**6..** Bij de verrekening op grond van dit artikel wordt geen rekening gehouden met de beslagvrije voet.
Hoofdstuk 8
Artikel 22
Verrekenen recidiveboete bij geen of onvoldoende bezit
Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015