1.In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel : aan één locatie gebonden
ruimte
of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die
zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent
afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld
overeenkomstig
artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren
De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in
hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden
gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in
hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden
gehouden;
die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk
asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in
artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden
gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke
inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in
artikel 5, tweede lid van genoemd besluit;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met
de moederhond worden gehouden;
die aan een ambtenaar van politie als bedoeld in de
Politiewet 1993 toebehoren en voor welke de Koninklijke
Nederlandse Politiehondenvereniging een diploma heeft
uitgereikt, zolang dat diploma geldig is en de eigenaar zich
heeft verbonden de hond voor politiedoeleinden te allen
tijde ter beschikking van de commissaris van politie te
stellen.
Waarvan de houder is aangesloten bij de ‘Stichting
Internationale Reddingshonden Groep’ en de ‘Stichting Inzet
Honden Nederland’.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting Vlissingen 2015