Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Benoeming en ontslag

Onderdeel van Verordening op het raadspresidium

1.. De raadsleden die zitting hebben in het presidium, worden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad. 2.. De raadsleden die zitting hebben in het presidium, treden af zodra de zittingsperiode van de raad verstreken is of als zij ophouden lid van de gemeenteraad te zijn. 3.. Het lidmaatschap van het presidium eindigt voorts op eigen verzoek of door ontslag op verzoek van de gemeenteraad. 4.. (Tussentijdse) benoemingen geschieden bij raadsbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel