Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij
de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting
verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belasting-
plicht, in het belastingtijdvak overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
Ontheffing voor zoveel nog volle kalendermaanden die na het einde van de belasting-
Plicht, in het belastingtijdvak overblijven.
4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de
Gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt.
Hoofdstuk
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING EN REININGINGSRECHTEN 2002