Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Voorschriften, beperkingen en weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur 2015 (AVOI 2015)

1.. Het college kan aan een instemmingsbesluit of een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden, dan wel een vergunning weigeren, in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer; het voorkomen of beperken van overlast; het voorkomen of beperken van schade; de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en van beplantingen; het uiterlijk aanzien van de omgeving; de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen, het doelmatig beheer en onderhoud en het belang van nader aan te geven lokale evenementen; de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond aanwezige netten en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van het beheer van deze netten; de bescherming van het milieu. 2.. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen zes maanden na aanvang, tenzij in het instemmingsbesluit of de vergunning anders is bepaald. 3.. De wijze van uitvoering van werkzaamheden aan kabels en leidingen geschiedt conform de door het college vast te stellen nadere regels. 4.. De aanvrager draagt er zorg voor dat de voorschriften die aan het instemmingsbesluit of de vergunning zijn verbonden worden nageleefd.

Rechtspraak bij dit artikel