In deze Bomenverordening wordt verstaan onder:
beschermde houtopstand: een houtopstand dat is vastgelegd op
de Groene Kaart.
bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1,
eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
(Wabo).
boom: een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven
met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20
centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Ingeval
van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
stam.
boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat
een functioneel geheel vormt.
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd
volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse
Vereniging van Taxateurs van Bomen.
boomzone: een begrensd gebied met houtopstanden die tezamen
een functioneel geheel vormen.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de
gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een
houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de
Bomenstichting.
dunnen een selectieve kap van bomen die wordt uitgevoerd om
de blijvende bomen meer ruimte/licht te geven (nabootsing
van een natuurlijke stamtalvermindering).
Groene Kaart: een topografische kaart met daarop aangegeven
de groengebieden, boomstructuren, boomzones en solitaire
bomen, met een bijbehorend register.
hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn
geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere
houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een
boomzone of boomstructuur.
monumentale boom: een bijzondere beschermwaardige
houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een
bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een
bijzondere functie voor de omgeving.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan
25 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip
van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging
of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen
hebben.
rooien: het geheel verwijderen van het boven- en
ondergrondse deel van de houtopstand.
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het
bovengrondse deel van de houtopstand.
kandelaberen: het snoeien van de kroon tot op de hoofdstam
met knotten/ takstompen.
herplantplicht: de plicht tot het planten van een
houtopstand teneinde het verlies van een al dan niet met
vergunning gevelde houtopstand te compenseren.
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente vastgesteld
ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet.
terugzetten: het snoeien van een houtopstand tot max. 30 cm.
boven maaiveld met als doel de houtopstand te
verjongen/vitaliteit te vergroten.
VTA: de Visual Tree Assessment is een methode waarbij door
een specialist de houtopstand visueel wordt beoordeeld op
afwijkende mechanische en biologische kenmerken die duiden
op een veiligheidsrisico.