Naar hoofdinhoud

Artikel 1:

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Barendrecht 2013

In deze Bomenverordening wordt verstaan onder: beschermde houtopstand: een houtopstand dat is vastgelegd op de Groene Kaart. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). boom: een houtig opgaand gewas, zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,30 meter hoogte boven het maaiveld. Ingeval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. boomstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden dat een functioneel geheel vormt. boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. boomzone: een begrensd gebied met houtopstanden die tezamen een functioneel geheel vormen. Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. dunnen een selectieve kap van bomen die wordt uitgevoerd om de blijvende bomen meer ruimte/licht te geven (nabootsing van een natuurlijke stamtalvermindering). Groene Kaart: een topografische kaart met daarop aangegeven de groengebieden, boomstructuren, boomzones en solitaire bomen, met een bijbehorend register. hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een boomzone of boomstructuur. monumentale boom: een bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving. vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 25 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand. kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. kandelaberen: het snoeien van de kroon tot op de hoofdstam met knotten/ takstompen. herplantplicht: de plicht tot het planten van een houtopstand teneinde het verlies van een al dan niet met vergunning gevelde houtopstand te compenseren. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet. terugzetten: het snoeien van een houtopstand tot max. 30 cm. boven maaiveld met als doel de houtopstand te verjongen/vitaliteit te vergroten. VTA: de Visual Tree Assessment is een methode waarbij door een specialist de houtopstand visueel wordt beoordeeld op afwijkende mechanische en biologische kenmerken die duiden op een veiligheidsrisico.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel