De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening
vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het
onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gebruik is
gemaakt, tenzij een langere termijn noodzakelijk is vanwege
de voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een
project.
In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan
één beschermde boom betreft, is de omgevingsvergunning voor
alle beschermde bomen slechts één jaar geldig, ook als in
fasen geveld wordt of één of enkele beschermde bomen al
geveld zijn, behoudens de in het eerste lid gestelde
bevoegdheid tot het voorschrijven van een langere
termijn.