Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot
vellen van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd
gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de
grond waarop zich de beschermde houtopstand bevond dan wel
aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te
herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen
binnen een door hen te stellen termijn.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant, dient de
zakelijk gerechtigde een financiële bijdrage te storten in
het gemeentelijk Bomenfonds. De hoogte van de geldelijke
bijdrage aan het Bomenfonds wordt gebaseerd op de boomwaarde
van de te vellen houtopstand.
De verplichtingen en voorschriften van dit artikel 9 kunnen
gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 van deze
verordening genoemde minimummaat.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke
termijn na herplant en op welke wijze niet aangeslagen
herplant moet worden vervangen.
Indien een beschermde houtopstand waarop het verbod tot
vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt
bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde
tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan
degene die uit andere hoofde tot het treffen van
voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
waardoor die bedreiging wordt weggenomen
een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan
het bevoegd gezag