De commissie bestaat uit vijf leden.
De leden worden door de raad uit zijn midden benoemd. Bij de benoeming van de leden neemt de raad het beginsel van evenwichtige spreiding over de raadsfracties in acht.
Voor ieder lid van de commissie benoemt de raad uit zijn midden een plaatsvervangend lid.
De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.