De Jeugdwet kent een aantal definities die bindend zijn voor de verordening en de beleidsregels. Die begrippen worden overeenkomstig de Jeugdwet toegepast in deze beleidsregels. Conform de Jeugdwet artikel 7.3.5 is een jeugdige van 16 jaar of ouder handelingsbekwaam.
In deze beleidsregels wordt verder verstaan onder:
Overige voorziening: Aanbod van algemene en collectieve voorzieningen dat zonder voorafgaand onderzoek of op basis van een lichte toets, toegankelijk is en gericht op de jeugdhulp. Zie verder artikel 1 lid 1.
Algemene voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is.
Deze diensten en/of producten zijn voor iedereen toegankelijk en/of verkrijgbaar, zonder toets of beschikking. Wanneer het niveau van algemene voorzieningen in de gemeente hoog is, is er minder reden voor inwoners om aanspraak te maken op collectieve of individuele voorzieningen. Veel inwoners kunnen dan, ondanks eventuele beperkingen, langer blijven “meedoen”. Algemene voorzieningen worden deels door de overheid aangestuurd en gefinancierd. Dit zijn vaak basisvoorzieningen die in iedere gemeente aanwezig moeten zijn. Maar ook initiatieven van particulieren of vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan het aanbod van algemene voorzieningen. Met het verder ontwikkelen van de Civil Society en sociale netwerken, zal dit laatste aanbod naar verwachting verder toenemen.
Voorbeelden van algemene voorzieningen (niet limitatief) met raakvlakken met Jeugdhulp:
openbaar vervoer
onderwijs
kinderopvang, buitenschoolse opvang en peuterspeelzaalwerk
buurthuizen, jeugdcentra
jeugdwelzijnswerk en jongerenwerk
burenhulp
consultatiebureau
voovoorzieningen voor ontspanning, sport/bewegen, kunst en cultuur
Collectieve voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat bedoeld is voor een groep mensen met specifieke kenmerken en hiervoor makkelijk toegankelijk is.
Deze voorzieningen zijn bestemd voor doelgroepen met specifieke kenmerken. Hetgebruik van een collectieve voorziening wordt vaak gedeeld met anderen.
De gemeente stelt richtlijnen op wie voor deze voorzieningen in aanmerking komt.
Naeen lichte toets kunnen inwoners van deze voorzieningen gebruik maken. Er is geensprake van een gemeentelijke beschikking. De ontwikkelrichting van de Twentsegemeenten is dat individuele voorzieningen waar mogelijk worden doorontwikkeld totcollectieve of algemene voorzieningen.
-Individuele voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, alleen na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, middels een beschikking toegankelijk is en dat is gericht op jeugdhulp.
Deze voorziening wordt speciaal voor de inwoner georganiseerd of gemaakt. Maatwerk is hierbij belangrijk. De voorziening wordt aangepast aan de persoonlijke omstandigheden. Een individuele voorziening wordt bij beschikking toegekend en de inwoner heeft de mogelijkheid voor bezwaar en beroep. Zie verder artikel 2 lid 2.
-Gebruikelijke ondersteuning: De ondersteuning die maatschappelijk gangbaar en/of naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid als aanvaardbaar mag worden beschouwd. Voor een richtlijn, zie bijlage 1.
Het betreft hier de normale, dagelijkse ondersteuning die partners, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden. Of de ondersteuning gebruikelijk is wordt getoetst aan de hand van de omstandigheden per situatie. De omstandigheden die bij de beoordeling worden meegewogen zijn (geen limitatieve opsomming):
de zwaarte van de problematiek
de ondersteuningsinspanning die gevraagd wordt
de gezinssituatie
Aan de waardering van de verschillende omstandigheden in de opsomming, is geen weging toegekend zodat zelfs één omstandigheid in een specifiek geval doorslaggevend kan zijn.
-Persoonlijk plan: Een door de jeugdige of zijn ouder opgesteld plan, gericht op het gewenst resultaat voor de hulpvraag.
Het persoonlijk plan beschrijft welke doelen er door jeugdige of ouders bereikt willen worden en de ondersteuning die men denkt/verwacht daarbij nodig te hebben.
-Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.
In artikel 4.1.2 van de Jeugdwet is bepaald dat de jeugdhulpaanbieder of de gecertificeerde instelling bij het uitvoeren van artikel 4.1.1 en indien sprake is van vroegsignalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als eerste de mogelijkheid biedt om, binnen redelijke termijn, een familiegroepsplan op te stellen. Hiermee hebben ouders, familieleden en anderszins direct betrokkenen de mogelijkheid om (ook in de preventieve fase) voor gedwongen of vrijwillige jeugdhulp mee te denken en te helpen aan een oplossing. Door vormen van hulp van betrokkenen en steun uit directe kring kan uithuisplaatsing worden afgewend en wordt netwerkpleegzorg bevorderd. Op grond van artikel 2.1, onder g, van de Jeugdwet maakt het familiegroepsplan onderdeel uit van het gemeentelijk beleid.
-Ondersteuningsplan: Een plan van aanpak dat wordt opgesteld naar aanleiding van het gesprek en (voor)onderzoek door de gemeente met de jeugdige en/of ouders. In het plan staan in ieder geval de te bereiken doelen en daarvoor benodigde ondersteuning.
Het ondersteuningsplan beschrijft het geheel van diensten, hulpmiddelen, aanpassingen en andere maatregelen afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon. Daarnaast wordt in het ondersteuningsplan ook bepaald hoe de evaluatie en nazorg wordt vormgegeven. Op basis van de evaluatie wordt duidelijk in hoeverre het maatschappelijk ondersteuningsplan moet worden aangepast om het doel te bereiken. Het is ook mogelijk dat uit de evaluatie blijkt dat het eerder vastgestelde doel moet worden bijgesteld. Onder dit ondersteuningsplan wordt ook het hulpverleningsplan verstaan zoals bedoeld in artikel 1.1 van de wet.
-Budgetplan: Een financieel plan van aanpak dat wordt opgesteld bij een aanvraag voor een PGB. In het plan staan in ieder geval de te bereiken doelen en de kosten van de daarvoor benodigde ondersteuning.
Het Budgetplan beschrijft het geheel van kosten aan diensten afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon.