Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat boeteoplegging volgens deze Beleidsregels onevenredig is vanwege: a.. de ernst van de overtreding; b.. de mate van verwijtbaarheid; c.. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan; d.. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert. 2.. Van onevenredigheid als bedoeld in het eerste lid is in beginsel pas sprake als de situatie is aan te merken als een bijzondere omstandigheid waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel