Naar hoofdinhoud

Deel 2 › Hoofdstuk 10

Artikel 10.3

Verhuizen

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015

Van belang is of de woningaanpassing voorkomen had kunnen worden door tijdig te verhuizen naar een adequate woning of zelf de woning tijdig aan te passen aan de levensfase en vereisten van de tijd. Het kan zijn dat de aanpassing ook in bijvoorbeeld een gelijkvloerse woning noodzakelijk zou zijn. Sommige voorzieningen behoren volgens het Bouwbesluit niet tot de vereiste standaarden. Denk bijvoorbeeld aan het zittend kunnen douchen op een douchezitje, bevestigd aan de muur als een losse douchestoel niet adequaat is. Een verhuizing is geen oplossing voor dit probleem want ook in een andere woning bestaat dit probleem. Een douchezitje bevestigen lost het woonprobleem wel op. Anders ligt het voor de vraag om een traplift om de verdieping te kunnen bereiken. Als de cliënt rekening had kunnen houden met toenemende beperkingen of ouderdom was een tijdige verhuizing naar een gelijkvloerse woning die met lift of zonder trap is te bereiken is, een eigen oplossing geweest, waardoor de woningaanpassing vermijdbaar was. Denk bijvoorbeeld ook aan de situatie dat de cliënt een lig- of zitbad in de natte cel heeft aangebracht of laten aanbrengen, waarin hij/ zij ook moet douchen. Een bad is boven het niveau van sociale woningbouw. Bij toenemende beperkingen in mobiliteit of ouderdom was het tijdig verwijderen van dit bad een eigen oplossing geweest. Of bij hoge kosten voor deze eigen aanpassing kan verhuizen naar een geschikte woning een alternatief zijn. 1. Algemeen gebruikelijke verhuizing Verhuizen is niet specifiek bedoeld voor personen met beperkingen. Ook gezonde burgers verhuizen in de loop van hun leven één of meerdere keren als hun persoonlijke en financiële omstandigheden wijzigen of als dat past bij een volgende levensfase. Dat is een algemeen gebruikelijke verhuizing die past bij het zelf verantwoordelijkheid dragen voor de keuzes in het eigen leven. Voor cliënten die ouder worden met de bijbehorende leeftijd gerelateerde beperkingen in mobiliteit is dat niet anders. De Wmo 2015 doet meer dan voorheen een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de burger en ouder worden is een voorzienbare levensfase. Met deze voorzienbaarheid kan de cliënt rekening houden door tijdig te verhuizen naar een met lift of zonder trap bereikbare, geschikte en gelijkvloerse woning. Hierdoor kan een woningaanpassing vermeden worden. Ook cliënten die niet tot de doelgroep ouderen behoren kunnen te maken hebben met toenemende beperkingen die het normale gebruik van de woning vroeg of laat (gaan) belemmeren. Ook van hen wordt verwacht dat zij tijdig maatregelen nemen en op zoek gaan naar een woning die past bij hun huidige en toekomstige beperkingen. Een algemeen gebruikelijke verhuizing is voor eigen rekening van de cliënt. De cliënt kan ook op eigen kosten gebruik maken van de algemene verhuisvoorziening, die in de gemeente beschikbaar is. Als een cliënt deze verhuizing niet kan betalen kan hij/ zij een beroep doen op de Bijzondere bijstand. De cliënt kan er voor kiezen om niet te verhuizen. Als de cliënt geen gebruik wenst te maken van een algemeen gebruikelijke voorziening betekent dat echter niet dat de gemeente de woning dan gaat aanpassen. 2. Niet voorzienbare verhuizing Van cliënten waarbij geen sprake is van voorzienbaarheid kan in redelijkheid niet verwacht worden dat zij tijdig anticiperen op plotseling gewijzigde omstandigheden. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarbij de cliënt plotseling geconfronteerd wordt met beperkingen door specifieke gebeurtenissen. Bijvoorbeeld een gezonde persoon, nog volop actief in de maatschappij, wordt getroffen door een hersenbloeding; een gezonde persoon krijgt een ernstig auto ongeluk. Het gaat er steeds om: er is iets gebeurd dat direct gevolgen heeft voor het dagelijks functioneren en behandeling en revalidatie hebben niet het effect dat de beperkingen worden opgeheven of zodanig verminderd dat het normale gebruik van de woning mogelijk is. Ook kan het gaan om een cliënt van wie redelijkerwijs niet verwacht kon worden dat hij/ zij tijdig maatregelen had kunnen treffen waardoor een aanvraag voor een woningaanpassing niet noodzakelijk zou zijn. Hierbij gaat het meestal om een optelsom van persoonlijke en sociale factoren die deze eigen verantwoordelijkheid in de weg staan. Als in de niet-voorzienbare situaties verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is, gaat dat voor op een woningaanpassing. Indien een Wmo verhuisadvies is afgegeven, kan de persoon met beperkingen voor het aanbodsysteem van woningen een medische urgentie aanvragen. Een algemene verhuisservice in plaats van een verhuiskostenvergoeding Voorheen had de gemeente voor de situaties als onder a en b de bevoegdheid een verhuiskostenvergoeding te verstrekken als Wmo voorziening. De Wmo 2015 biedt echter geen ruimte meer tot het verstrekken van een financiële tegemoetkoming in de kosten van verhuizen en inrichting. Een maatwerkvoorziening kan alleen maar in natura of in een pgb. Voor deze cliënten heeft de gemeente Ridderkerk wel de Algemene verhuisvoorziening beschikbaar. Deze verhuisservice wordt uitgevoerd door het onafhankelijke platform BAR-dichtbij. BAR-dichtbij zoekt hiervoor aansluiting bij de vrijwilligersorganisaties. De cliënt kan zich voor deze verhuisservice bij BAR-dichtbij aanmelden. De cliënt betaalt zelf de kosten die aan de verhuizing en inrichting verbonden zijn, tenzij hij/zij deze kosten niet kan betalen. Het wel of niet zelf kunnen betalen moet door de klantmanager besproken worden. 3. Procedure voor cliënt die de kosten niet kan betalen Het mag niet zo zijn dat een laag inkomen betekent dat de algemene verhuisvoorziening niet toegankelijk is, omdat men deze voorziening niet kan betalen. Inwoners die als gevolg van een beperking adequaat geholpen zijn met de algemene voorziening maar aannemelijk kunnen maken dat zij de kosten van deze ondersteuning financieel niet kunnen dragen, komen in aanmerking voor financieel maatwerk. Dit geldt voor cliënten die een inkomen hebben tot en met 130% van de bijstandsnorm. Als de cliënt voldoet aan de voorwaarden kan hij/zij via de Bijzondere bijstand in aanmerking komen voor: een persoonsvolgend budget voor het opknappen van de woning en een persoonsvolgend budget voor de verhuiskosten en een lening voor de stoffering van de woning op basis van de Nibud tabel, gebaseerd op het aantal personen in de leefeenheid. Taak klantmanager Wmo: Voor de cliënt die aangeeft de algemene voorziening niet te kunnen betalen geeft de klantmanager tijdens het huisbezoek een aanvraagformulier voor Bijzondere bijstand aan de cliënt. De cliënt kan dit formulier na invulling naar de gemeente sturen. In het onderzoeksverslag vermeldt de klantmanager de uitkomst van een algemene verhuisvoorziening en het achterlaten van het aanvraagformulier bijzondere bijstand. De klantmanager vult in het GWS systeem een document in: Verwijzing pvb ten behoeve van Verhuizen Taak BAR-dichtbij: bemiddelt voor de verhuizing bespreekt bij een afwijzing voor het pvb met de cliënt de wensen t.a.v. de resultaten en hun mogelijke bemiddeling voor de verhuisservice. De cliënt kan ervoor kiezen om niet te verhuizen. Het college kan dan niet worden verweten dat zij niet aan de plicht heeft voldaan om algemene voorzieningen toegankelijk voor burgers te maken. Zij heeft immers een adequate algemene voorziening geboden, die echter niet door de cliënt is/wordt geaccepteerd.

Rechtspraak bij dit artikel