In de procedure worden de volgende stappen gemaakt:
A Aanmelding:
Iemand die (naar zijn oordeel) is aangewezen op de MO kan zich hiervoor melden bij de intake Centraal Onthaal (CO). Ook derden, zoals veldwerkers of cliëntvertegenwoordigers, kunnen iemand aanmelden. Zorginstellingen hebben altijd het recht om een klant tot de eerstvolgende werkdag een bed te geven (het zogeheten crisisbed), indien zij dat in die specifieke situatie noodzakelijk achten. Deze klant dient de volgende werkdag zich te melden cq. te worden aangemeld bij CO.
B Toestemming
Om toegelaten te kunnen worden tot de voorzieningen van de MO dient een cliënt te voldoen aan de criteria. Daarnaast is er een zogeheten “hardheidsclausule”. In bijzondere gevallen kan een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule. CO kan, in afwijking van de toelatingscriteria a, c en d van artikel 15.3.1 toegang tot de MO verlenen, als dat gelet op alle omstandigheden voor betrokkene (zeer) dringend noodzakelijk is.
C Vraagverheldering
Zorgvraagverduidelijking: Na toelating tot de keten MO, krijgt de cliënt een CO en beschikking (voor de toelating). Daarna wordt door de zorginstelling binnen vier tot zes weken de zorgvraagverduidelijking van die cliënt gemaakt en wordt een integraal trajectvoorstel opgesteld. Dit trajectvoorstel behelst de leefgebieden: huisvesting, inkomen, financiën (schulden), sociaal functioneren, psychisch functioneren, praktisch functioneren, lichamelijk functioneren, verslaving en activering / dagbesteding (het leefgebied zingeving is facultatief).
D Trajectplan:
Dit trajectvoorstel wordt aangeleverd bij CO en wordt besproken in de Traject Toewijzings Commissie (TTC). De TTC staat onder voorzitterschap van de gemeente Rotterdam en bestaat uit gemandateerde vertegenwoordigers van de GGZ-, VZ- en MO-instellingen; en een “kwaliteitszetel” voor cliëntvertegenwoordiging. In de TTC worden per leefgebied afspraken vastgelegd over de tijdsduur van het voor de cliënt benodigde traject en de daaruit voortvloeiende verplichtingen zowel voor de cliënt als de begeleidende instelling. Op die manier leidt het trajectvoorstel tot een vastgesteld trajectplan, dat meetelt voor de targets van het Plan van Aanpak MO. De cliënt wordt aan een instelling toegewezen, de zogenaamde hoofddossierhouder. Bij de toewijzing van een hoofddossierhouder is huisvesting vaak leidend. Deze hoofddossierhouder wijst binnen zijn eigen organisatie een cliëntmanager aan.
E Trajectregie:
De trajectvoortgang van de cliënt is neergelegd bij de hoofddossierhouder, welke een cliëntmanager aanstelt. De monitoring van die voortgang is neergelegd bij de trajectregisseur. De trajectregisseur werkt bij de gemeente. De hoofddossierhouder is verantwoordelijk voor het organiseren, informeren en betrekken van derden die nodig zijn bij het traject van de cliënt. De hoofddossierhouder / cliëntmanager en trajectregisseur evalueren in hoeverre de doelstellingen (m.b.t. een cliënt) zijn gehaald en of er een aangepast traject kan worden vastgesteld of dat continuering of bijstelling van de doelstellingen nodig is. Doel is, indien mogelijk, een continue doorstroom en ontwikkeling van de cliënt naar een maximaal niveau van zelfredzaamheid.
Deel 2 › Hoofdstuk 15
Artikel 15.3.2
Procedure
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015