Naar hoofdinhoud

Deel 1 › Hoofdstuk 2

Artikel 2.5.3

Er kan geen aanspraak worden gemaakt op andere regelingen (voorliggende voorziening)

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015

Een voorziening wordt niet toegekend als er een andere wettelijke regeling of privaatrechtelijke overeenkomst bestaat, waardoor men aanspraak kan maken op de voorziening. De gemeente kan een maatwerkvoorziening weigeren als de cliënt aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg en voorzieningen in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), voorheen geregeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Een voorziening wordt ook geweigerd als er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt aanspraak op verblijf en daarmee samenhangende zorg en voorzieningen in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hiervoor van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Als een cliënt een melding bij de gemeente doet voor ondersteuning uit de Wmo en er is sprake van een complexe en intensieve ondersteuningsvraag, gaat de klantmanager Wmo met de cliënt en personen uit diens sociale netwerk in gesprek over de toegang voor de Wet langdurige zorg en de Wmo. Cliënten zijn vaak bang dat zij bij een indicatie voor de Wlz niet meer thuis kunnen wonen. Maar ook bij een indicatie voor opname in een instelling Wlz heeft de cliënt altijd de keuze voor zorg in natura (ZIN) of een pgb. Met het pgb van de Wlz kan de cliënt zelf de zorg inkopen om thuis te blijven wonen. Alle hulp, zorg en hulpmiddelen komen dan ten laste van de Wl z. Dit geldt ook als de cliënt niet in een erkende Wlz instelling maar in een zogenoemd kleinschalige woonvorm woont. Deze kleinschalige woonvorm wordt gefinancierd met een pgb van de Wlz. De gemeente kan een maatwerkvoorziening weigeren als de cliënt aanspraak heeft op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt hier aanspraak op kan maken maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van de noodzakelijke zorg. Hier moet je met name denken aan de Persoonlijke verzorging. Als de persoonlijke verzorging aan het lichaam gegeven moet worden, dus letterlijk hulp bij het wassen, aankleden, prothese aanbrengen, haren en nagels verzorgen en persoonlijke hygiëne, valt deze zorg onder de Zvw. Als het gaat over instructie en begeleiding bij de persoonlijke verzorging voor specifieke doelgroepen met een verstandelijke en/of zintuiglijke beperking en bij psychiatrische problematiek , dan valt deze hulp onder de Wmo. Dit is nader uitgewerkt in Deel 2 van deze Beleidsregels. Ook voorzieningen waarvoor op grond van bijvoorbeeld de Participatiewet, de Jeugdwet en de Regeling Leerlingenvervoer aanspraak geldt, vallen onder de voorliggende regelingen.

Rechtspraak bij dit artikel