Uitgangspunt in de Wmo is de eigen verantwoordelijkheid van burgers voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. Van burgers mag verwacht worden dat zij rekening houden met de gevolgen van keuzes die in het dagelijkse leven door hen gemaakt worden, waardoor ondersteuning vanuit de Wmo vermijdbaar is of was.
Van burgers mag verwacht worden dat zij in de verschillende levensfases hun woonsituatie aanpassen aan de vereisten in een bepaalde levensfase. Verwacht mag worden dat de woonkeuzes aansluiten bij de persoonlijke omstandigheden.
Ook mag van burgers verwacht worden dat zij bij het zoeken naar een andere woning uitkijken naar een woning die niet alleen op dat moment geschikt is maar ook op langere termijn.
Het gezegde: “de ouderdom komt met gebreken” is bekend. Van burgers mag verwacht worden dat zij met die verwachting rekening houden en zelf tijdig verhuizen naar een woning die geschikt is voor die levensfase. Dat zij niet wachten tot de beperkingen zodanig zijn dat er direct verhuisd moet worden. Ook financieel moeten zij rekening houden met een aankomende verhuizing. Bij een verhuizing die te voorzien is op basis van wijziging van de leefsituatie, zoals bij ouderdom, gaat het om een algemeen gebruikelijk verhuizing die voor eigen rekening is.
De eigen verantwoordelijkheid is ook van belang bij eigen woningaanpassingen en de aanschaf van goederen in de reguliere handel, waarvan op grond van de beperkingen van de persoon, nu en in de toekomst te verwachten is, dat deze aanpassingen en goederen niet geschikt zijn voor zelfredzaamheid en participatie.
Het is de taak van de gemeente om burgers tijdig en voortdurend te informeren over deze eigen kracht
Als je mensen van te voren al wijst op die eigen verantwoordelijkheid en aanzet tot reserveren, is het mogelijk een verzoek tot vergoeding af te wijzen. De klantmanagers Wmo, Karaat, Vivenz en de sociale wijkteams vervullen hierin een actieve rol.
Deel 1 › Hoofdstuk 2
Artikel 2.5.7
De noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was of de voorziening was voorzienbaar, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. (Verordening art 2 lid a en b)
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015