Begeleiding moet methodisch en doelmatig aan de cliënt geboden worden. In het geval van het oefenen van activiteiten die de zelfredzaamheid en participatie bevorderen moet de cliënt dus gemotiveerd zijn om te oefenen en hij/ zij moet leerbaar zijn.
Als de cliënt zelf niet aan deze voorwaarden kan voldoen, kan ook de mantelzorg in de directe omgeving en/of de gebruikelijke zorger van de cliënt aan die motiveringseis voldoen. Begeleiding kan ook tot doel hebben dat de mantelzorger of gebruikelijke zorger beter in staat is de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt te bevorderen.
Oefenen is aan de orde in de zin van ‘inslijten’ van vaardigheden/handelingen en gedrag al wel zijn aangeleerd maar nog niet geautomatiseerd zijn. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van beeldschermcommunicatie. Oefenen kan ook aan de orde zijn wanneer de beperkingen als een gegeven worden beschouwd en ‘onderhoud’ noodzakelijk is van praktische vaardigheden en gedrag. Het gaat dan bijvoorbeeld om personen met beperkingen die vertraagd leren, waarvoor om die reden zorg vanuit de eerste lijn geen oplossing biedt. Er kan geen indicatie voor ‘oefenen’ worden gesteld wanneer het oefenen deel uitmaakt van een Zvw-behandeltraject en/of tot de gebruikelijke hulp behoort
Deel 2 › Hoofdstuk 8.
Artikel 8.4.1
Ondersteunen bij of oefenen
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015