Personen met beperkingen kunnen ook op grond van andere regelingen
in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening. Dat zijn
voorliggende voorzieningen. In dat geval heeft de persoon met
beperkingen
geen recht op een Wmo-vervoersvoorziening. Alvorens over te gaan tot
advisering van een Wmo-vervoersvoorziening moet het helder zijn dat
er geen andere wettelijke regeling van toepassing is of kan zijn.
Daarom kan de cliënt gevraagd worden om de beschikking van de
verstrekking van een vervoersvoorziening/of afwijzing van een andere
wettelijke regeling te overleggen.
Denk hierbij aan de cliënt die een Wlz indicatie heeft en die
verzilvert ineen pgb. Vervoer van en naar de dagbesteding en logeren
valt dan onder de kosten die uit dat pgb betaald moeten worden.
Denk aan de kosten die de zorgverzekering vergoed voor kosten voor
medische ritten.
Vervolgens kan de gemeente beoordelen of deze reeds verstrekte
vervoersvoorziening gezien alle omstandigheden minimaal volstaan om
aan de samenleving te kunnen deelnemen of dat een aanvullende
Wmo-vervoersvoorziening moet worden verstrekt.
Deel 2 › Hoofdstuk 11
Artikel 11.1
Vervoersvoorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015