Het selecteren van een rolstoel is maatwerk. De gekozen rolstoel
moet passen bij de gebruiker. De gebruiker moet er goed mee overweg
kunnen en de rolstoel moet bruikbaar zijn in de omgeving van de
gebruiker en voor de activiteiten die de gebruiker onderneemt.
Hiervoor stelt de klantmanager een programma van eisen op dat
voorziet in de functionele gebruiksdoelen van de cliënt en
selecteert vervolgens de goedkoopst adequate rolstoel die aan deze
eisen voldoet.
Hierbij zijn de volgende factoren van belang:
de fysieke en mentale mogelijkheden van de cliënt en de
prognose hiervan
de aandrijving;
de gebruiksduur, frequentie en gebruiksdoel
het gebruiksgebied;
de zithouding;
de meeneembaarheid;
antropometrische gegevens (maatvoering).
Fysieke en mentale mogelijkheden van de cliënt
Beoordeeld wordt of de cliënt met de rolstoel zelfredzaam kan zijn
of worden of dat hij niet in staat is zelfstandig met de rolstoel
verplaatsingen te doen. Dit is van belang om de juiste aandrijving
te kunnen kiezen. Heeft de cliënt voldoende fysieke mogelijkheden
zoals arm- en handfunctie en balans om de rolstoel handmatig voort
te bewegen? En zo niet, heeft de cliënt dan voldoende mentale
mogelijkheden om een elektrisch aangedreven rolstoel zelfstandig te
bedienen en indien het een buitenrolstoel betreft ook voldoende
inzicht om aan het verkeer deel te kunnen nemen?
Een rolstoel wordt verstrekt voor langdurend adequaat gebruik. Als
de verwachting is dat de gezondheid en het functioneren van de
cliënt snel progressief achteruit gaan, houdt de klantmanager met
deze factor rekening. Een dure rolstoel verstrekken voor een paar
maanden kan kapitaalvernietiging zijn als de rolstoel niet vanuit
het kernassortiment verstrekt kan worden.
Aandrijving
De aandrijving kan op vier verschillende manieren:
door het voortduwen door een begeleider.
door het eigen lichaam (trippelen/hoepelen);
door het bedienen van een elektrische aandrijving, door
voorwiel of achterwielaandrijving
elektrische ondersteuning t.b.v. degene die duwt
De keuze hangt af van de fysieke en verstandelijke vermogens van de
klant en de begeleider.
Gebruiksduur, frequentie en gebruiksdoel
Als er een rolstoel wordt geselecteerd, kijkt de Wmo- klantmanager
naar de gebruiksduur, gebruiksfrequentie en het gebruiksdoel.
Een rolstoel waar de cliënt permanent of meer dan 8 uur per dag in
moet zitten, omdat hij/ zij niet in een gewone stoel kan zitten moet
aan heel andere comforteisen voldoen dan een rolstoel die één tot
twee uur per dag gebruikt wordt. Als de cliënt (met hulp) kan
overstappen op een gewone stoel wordt verwacht dat hij dit ook doet
en niet voor het gemak in de rolstoel wil blijven zitten.
Om de frequentie van het gebruik te bepalen onderzoekt de
klantmanager hoe vaak de rolstoel zal worden gebruikt. Is dit
dagelijks, meerdere keren per week of incidenteel ( 1 keer per week)
Waarvoor wordt de rolstoel gebruikt? Gaat het alleen om verplaatsen
binnen en/ of buiten, moeten er activiteiten door de cliënt vanuit
de rolstoel uitgevoerd worden, is de rolstoel nodig om persoonlijke
zorg mogelijk te maken, zoals zelfstandig naar het toilet kunnen
gaan?
Als een rolstoel voor meerdere doeleinden wordt gebruikt, kan het
zijn dat er concessies gedaan moeten worden omdat niet alles in één
rolstoel verenigbaar is. Van belang is dan dat de klantmanager met
de cliënt of diens vertegenwoordiger bespreekt welke factoren voor
hen het zwaarste wegen.
Tijdelijk of incidenteel gebruik
Rolstoelen die tijdelijk nodig zijn, kunnen worden geleend bij de
thuiszorgorganisatie. Denk hierbij aan de situatie dat er
behandeling plaatsvindt en er verbetering in het verplaatsen wordt
verwacht. Dit is niet gekoppeld aan een vast aantal maanden, zoals
voorheen in de Wvg. Van belang is of er sprake is van een
eindsituatie.
Ook voor incidenteel gebruik kan een rolstoel geleend worden. De
gemeente is voornemens om voor incidenteel gebruik een zgn.
‘rolstoelpool’ te ontwikkelen.
Gebruiksgebied
Een rolstoel kan binnen en/ of buiten gebruikt worden. Een
elektrische rolstoel voor binnen stelt andere eisen aan de
aandrijving dan voor buiten. Bij een vraag om een elektrische
rolstoel is het van belang of de cliënt vanuit een handbewogen
rolstoel, die binnenshuis gebruikt wordt kan overstappen op een
ander vervoermiddel, bijvoorbeeld een scootmobiel als goedkoopst
adequate oplossing.
Gebruik in Wlz-instelling of met Wlz
pgb
Bij een verblijf in een Wlz instelling, ook een kleinschalige
woonvorm die met Wlz pgb wordt gefinancierd, vallen alle
hulpmiddelen onder de Wlz.
Zithouding
Mensen die het grootste deel van de dag in de rolstoel zitten,
hebben belang bij een goede zithouding. Daar is geen standaard voor.
Een goede zithouding verschilt per gebruiker en wordt soms ook
bepaald door diens beperkingen en de activiteiten die vanuit de
rolstoel worden gedaan. In het algemeen geldt dat de onderdelen van
de rolstoel die het lichaam raken goed dienen aan te sluiten op de
lichaamsmaten van de gebruiker, om vergroeiingen en drukplekken te
voorkomen.
Meeneembaarheid
Moet de rolstoel meegenomen kunnen worden in de auto?
In een personenauto of taxi is het belangrijk dat de
rolstoel door de gebruiker of begeleider kan worden
opgevouwen of gedemonteerd.
In geval de cliënt niet kan overstappen op een
passagiersstoel en dus tijdens het vervoer in de rolstoel
moet blijven zitten, moet de rolstoel voorzien zijn van
bevestigingspunten voor de spanbande, waarmee de rolstoel in
de taxibus gefixeerd kan worden. De spanbanden horen in de
rolstoeltaxi aanwezig te zijn en de vervoerder moet zorgen
voor een driepuntsgordel die voor het bovenlichaam van de
cliënt loopt, net zoals passagiers in iedere auto.
Antropometrische gegevens
Een goed passende rolstoel wordt aangemeten aan de lichaamsmaten van
de gebruiker. Met name bij een( bijna) permanent rolstoel is dit van
groot belang voor het zitcomfort en het optimaal gebruik van de
rolstoel. Bij voorbeeld: de stoel moet de goede zithoogte hebben, in
huis de gewenste draaicirkel hebben en werken aan een tafelblad
mogelijk maken.
Deel 2 › Afdeling 12
Artikel 12.1
Programma van eisen voor een rolstoel
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015