Als uitgangspunt wordt een rolstoel geselecteerd uit het zogenaamde
kernassortiment. Dat kan alleen als die rolstoel adequaat is voor
het doel waarvoor hij gebruikt moet worden. Dat kan betekenen dat er
aanpassingen nodig zijn om een rolstoel uit het kernassortiment
adequaat te maken gezien de persoonskenmerken van de cliënt. Bij de
eerste verstrekking, maar ook later, is het mogelijk om door middel
van aanpassingen te bereiken dat een rolstoel een werkelijk passende
voorziening is.
Als de aanpassingen voor therapeutisch doel een vast onderdeel zijn
van de rolstoel, dan worden ze wel vergoed (zoals zit- en
rugortheses).
Deel 2 › Afdeling 12
Artikel 12.4
Rolstoelaanpassingen
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015