Een voorziening wordt niet toegekend als er een andere wettelijke
regeling of privaatrechtelijke overeenkomst bestaat, waardoor men
aanspraak kan maken op de voorziening.
De gemeente kan een maatwerkvoorziening weigeren als de cliënt
aanspraak heeft op verblijf en daarmee samenhangende zorg en
voorzieningen in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg
(Wlz), voorheen geregeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
Een voorziening wordt ook geweigerd als er redenen zijn om aan te
nemen dat de cliënt aanspraak op verblijf en daarmee samenhangende
zorg en voorzieningen in een instelling op grond van de Wet
langdurige zorg kan doen gelden en weigert mee te werken aan het
verkrijgen van een besluit hiervoor van het Centrum
Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Als een cliënt een melding bij de gemeente doet voor ondersteuning
uit de Wmo en er is sprake van een complexe en intensieve
ondersteuningsvraag, gaat de klantmanager Wmo met de cliënt en
personen uit diens sociale netwerk in gesprek over de toegang voor
de Wet langdurige zorg en de Wmo. Cliënten zijn vaak bang dat zij
bij een indicatie voor de Wlz niet meer thuis kunnen wonen. Maar ook
bij een indicatie voor opname in een instelling Wlz heeft de cliënt
altijd de keuze voor zorg in natura (ZIN) of een pgb. Met het pgb
van de Wlz kan de cliënt zelf de zorg inkopen om thuis te blijven
wonen. Alle hulp, zorg en hulpmiddelen komen dan ten laste van de
Wl
z.
Dit geldt ook als de cliënt niet in een erkende Wlz instelling maar
in een zogenoemd kleinschalige woonvorm woont. Deze kleinschalige
woonvorm wordt gefinancierd met een pgb van de Wlz.
De gemeente kan een maatwerkvoorziening weigeren als de cliënt
aanspraak heeft op zorg op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of
er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt hier aanspraak op kan
maken maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van de
noodzakelijke zorg. Hier moet je met name denken aan de Persoonlijke
verzorging. Als de persoonlijke verzorging aan het lichaam gegeven
moet worden, dus letterlijk hulp bij het wassen, aankleden, prothese
aanbrengen, haren en nagels verzorgen en persoonlijke hygiëne, valt
deze zorg onder de Zvw. Als het gaat over instructie en begeleiding
bij de persoonlijke verzorging voor specifieke doelgroepen met een
verstandelijke en/of zintuiglijke beperking en bij psychiatrische
problematiek , dan valt deze hulp onder de Wmo. Dit is nader
uitgewerkt in Deel 2 van deze Beleidsregels.
Ook voorzieningen waarvoor op grond van bijvoorbeeld de
Participatiewet, de Jeugdwet en de Regeling Leerlingenvervoer
aanspraak geldt, vallen onder de voorliggende regelingen.
Deel 1 › Afdeling 2
Artikel 2.5.3
Er kan geen aanspraak worden gemaakt op andere regelingen (voorliggende voorziening)
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015