Bij het verstrekken van een voorziening als
persoonsgebonden budget (pgb) wordt
in de beschikking vastgelegd:
voor welke individuele voorziening het pgb kan worden
aangewend en wat het beoogde resultaat daarvan is;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het
pgb;
indien van toepassing vermelding van de deskundigheid van de
extern adviseur;
indien van toepassing vermelding van het advies van de
extern adviseur;
wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend;
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is
bedoeld;
hoe de betaling van het verstrekte pgb voor diensten via de
SVB plaatsvindt;
hoe de betaling van het verstrekte pgb voor eenmalige
verstrekkingen plaatsvindt
de wijze van verantwoording van de besteding van het
pgb;
het overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) van
de persoon die de diensten levert
informatie over een te betalen eigen bijdrage.
Positieve beschikking
Wanneer het gaat om een positieve beschikking, die overeenkomt met
de wens van de cliënt, dan zijn er weinig moeilijkheden. Door in de
beschikking aan te geven welke mogelijkheden de cliënt krijgt door
de toegekende maatwerkvoorziening(en) is in feite voldaan aan de
wettelijke opdracht. Enkele voorbeelden:
Bij toekenning van een woningaanpassing, bijvoorbeeld het
aanbrengen van een douchezit in de natte cel, kan aangegeven
worden dat door deze voorziening, de problemen die de cliënt
voordien had bij het normale gebruik van de natte cel met
deze aanpassing zijn opgelost.
Bij toekenning van begeleiding kan aangegeven worden dat de
cliënt voordien problemen had bij het structureren van het
dagelijkse leven en regievoering en niet kon deelnemen aan
werk en onderwijs in het maatschappelijk leven. Hij is niet
in staat tot aangepaste arbeid of vrijwilligerswerk in het
kader van de Participatiewet. Met de dagbesteding is de
cliënt weer in staat tot participatie in de
samenleving.
Negatieve beschikking
Bij een afwijzing moet de klantmanager vooral aandacht hebben voor
de formulering waarom het verstrekken van een maatwerkvoorziening
niet noodzakelijk of zelfs ongewenst is, omdat de cliënt zonder de
gevraagde maatwerkvoorzieningen ook in staat is tot zelfredzaamheid
en/of maatschappelijke participatie. Enkele voorbeelden:
Een cliënt wil graag een pas voor de Regiotaxi. Tijdens het
onderzoek is gebleken dat er gebruikelijke hulp aanwezig,
beschikbaar en adequaat is. De cliënt kan zelf niet
autorijden maar er is wel een auto beschikbaar in het
huishouden; de echtgenoot kan autorijden en is zelfredzaam.
Hij is niet afwezig met een verplichtend karakter,
bijvoorbeeld door een reguliere baan op de arbeidsmarkt. De
cliënt wil graag naar de winkel en naar haar vriendin zonder
dat haar echtgenoot haar hoeft te brengen en vraagt om die
reden een Regiotaxipas.
Een cliënt wil graag een rolstoel bij het verplaatsen in de
woning. De klantmanager heeft een medisch advies gevraagd.
Uit dit medisch advies blijkt dat de diagnose fibromyalgie
gesteld is door de huisarts en dat er nog geen behandeling
heeft plaatsgevonden. In deze situatie kan niet zonder meer
toegekend worden, omdat daarbij het risico bestaat dat er
geen behandeling plaats gaat vinden en er dus
afhankelijkheid van zorg en voorzieningen ontstaat. De
medisch adviseur zal de cliënt naar de huisarts verwijzen
met het advies behandelmogelijkheden te benutten. Tijdens
die behandelmogelijkheden zal geen rolstoel worden toegekend
met als motivering: Uit medisch onderzoek is gebleken dat er
nog behandelingsmogelijkheden zijn. Als wij u nu een
rolstoel ter beschikking zouden stellen, bestaat de
mogelijkheid dat u door het gebruik van de rolstoel
behandelmogelijkheden in de weg staat. Het doel van de Wmo
is niet om een persoon met beperkingen afhankelijk te maken
van voorzieningen, maar te ondersteunen als duidelijk is dat
er geen verbetering mogelijk is. Daarom kennen wij u op dit
moment geen rolstoel toe. Mocht uit uw behandeling in
overleg met uw behandelaars blijken dat er sprake is van een
eindsituatie waarin geen verbetering in de zelfredzaamheid
en participatie is te verwachten, dan kunt u opnieuw een
ondersteuningsvraag melden bij de gemeente.
Deel 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 3.10.2
Artikel 3.10.2
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015