Indien de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger het niet eens
is met een besluit van het college van burgemeester en wethouders
heeft hij/zij het recht om een bezwaarschrift in te dienen. Een
bezwaarschrift kan tot zes weken na dagtekening van de bestreden
beschikking worden ingediend; daarna wordt het in principe
niet-ontvankelijk verklaard. In het bezwaarschrift dient de cliënt
of diens wettelijk vertegenwoordiger minimaal de NAW-gegevens van de
cliënt te vermelden, alsmede de datum, een omschrijving van de
bestreden beschikking en de gronden van het bezwaar. Bij een
(wettelijke) vertegenwoordiging moet een bewijs van die machtiging
bijgevoegd worden.
In eerste instantie komt een bezwaarschrift binnen bij de postkamer.
Hier wordt het bezwaarschrift ingeboekt, voorzien van een
datumstempel en doorgestuurd naar de medewerker bezwaar. De
afhandelingstermijn voor een bezwaarschrift is twaalf weken;
eventueel verdaagd met vier weken. Met toestemming van de klant is
hierna nogmaals een verlenging mogelijk.
Deel 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 3.14
Bezwaartermijn
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015