De procedure is gebaseerd op bepalingen van de Algemene wet
bestuursrecht en nader uitgewerkt in de klachtenregeling
BAR-organisatie van 2 juli 2014. Hierover nog het volgende:
De domeindirecteur Maatschappij van de BAR-organisatie heeft
de bevoegdheid om een besluit te nemen op klachten namens
het college van Burgemeester en Wethouders.
De domeindirecteur Maatschappij wijst een
klachtenbehandelaar aan als de klacht binnenkomt. In de
regel is dit de procesregisseur van het sociale
wijkteam.
Bejegeningsklachten over medewerkers van de partners worden
door de klachtenbehandelaar doorgestuurd naar de partner. De
partner informeert de klachtenbehandelaar over het besluit
op de klacht.
Bij belangenverstrengeling of indien de domeindirecteur
Maatschappij daarvoor kiest, kan de domeindirecteur
Maatschappij een andere klachtenbehandelaar aanwijzen. De
klachtenbehandelaar hoort de werkgever van de medewerker van
de partner voor zover nodig.
De klachtenbehandelaar dient zich te houden aan de
bepalingen m.b.t. de procedure en termijnen zoals deze in de
klachtenregeling BAR-organisatie zijn opgenomen.
De klachtenbehandelaar zorgt voor een ontvangstbevestiging
(artikel 6 van de klachtenregeling), een mededeling aan
aangeklaagde (artikel 9),het horen van klager en indien van
toepassing degene op wiens gedraging de klacht betrekking
heeft (artikel 9). Van het horen van klager maakt de
klachtenbehandelaar een verslag.
De klachtenbehandelaar kan ook als bemiddelaar
optreden.
In uitzonderingsgevallen, als het bijvoorbeeld een
ingewikkelde of politiek gevoelige klacht is, voorziet de
klachtenregeling ook nog in de mogelijkheid dat de
klachtencoördinator een derde of een externe deskundige
ingeschakeld (artikel 8, derde lid). Uit de afdoeningsbrief
moet vervolgens duidelijk worden wat met dit advies is/wordt
gedaan.
De klachtenbehandelaar geef middels een concept
afdoeningsbrief een advies aan de domeindirecteur
Maatschappij, die namens het college van B en W een besluit
neemt. Afdoening van een klaagschrift gebeurt conform
artikel 10.
Indien de klager niet tevreden is, kan hij nog een
schriftelijk verzoek indienen bij de nationale ombudsman
(artikel 11 eerste lid). Deze mogelijkheid moet ook in de
afdoeningsbrief worden vermeld.
Deel 1 › Hoofdstuk 4
Artikel 4.8.2
Procedure wanneer een klacht zich voordoet
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015