Naar hoofdinhoud

Deel 1 › Afdeling 6

Artikel 6.2

Eigen bijdrage van de cliënt aan maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015

In hoofdstuk 3 van het landelijk Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 is de uitvoering en systematiek vastgelegd van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorzieningen. In hoofdstuk 2 van het Besluit Wmo 2015 van de gemeente Ridderkerk is dit nader uitgewerkt. Bij maatwerkvoorzieningen, zowel in natura als in pgb is een eigen bijdrage verschuldigd. Dit is een wijziging ten opzichte van de voorgaande Wmo. Een uitzondering hierop vormen de maatwerkvoorzieningen in de vorm van een Regiotaxipas, een rolstoelvoorziening en het pgb in de vorm van een kilometervergoeding, zoals vastgesteld in het Besluit voor individueel taxi- en rolstoelvervoer. Voor maatwerkvoorzieningen voor kinderen jonger dan 18 jaar mag alleen een eigen bijdrage worden geheven voor woningaanpassingen. De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening, zowel in natura als pgb wordt berekend, vastgesteld en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). In de Wmo beschikking wordt opgenomen dat er een eigen bijdrage verschuldigd is en wordt verder verwezen naar de taak van het CAK. De eigen bijdrage is verschuldigd zolang de voorziening gebruikt wordt en technisch niet is afgeschreven. Indien de cliënt een maatwerkvoorziening in pgb verstrekt heeft gekregen is het noodzakelijk een termijn in te voeren hoe lang de cliënt de eigen bijdrage moet betalen. Deze termijn is voor: Soort voorziening Aantal jaren Vervoersvoorzieningen 7 Roerende woonhulpmiddelen 7 Woningaanpassing, niet zijnde een aanbouw 10 Woningaanpassing in de vorm van een aanbouw 15 Bij een laag bedrag is het reëel om het aantal perioden naar beneden bij te stellen, omdat de cliënt anders jarenlang iedere 4 weken een factuur met een kruimelbedrag van bijvoorbeeld € 2,- krijgt, als hij/zij geen andere Wmo voorziening heeft: Tot € 100,- 1 Van € 100,- tot € 200,- 2 Van € 200,- tot € 750,- 3 De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van de cliënt en zijn of haar partner, leeftijd en gezinssamenstelling. De hoogte van de eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs van de voorziening. Voor het bepalen van de eigen bijdrage is het verzamelinkomen van belang uit het peiljaar, dat twee jaar voor het lopende jaar ligt. Huishoudens met een laag inkomen (het sociaal minimum) betalen voor de Wmo maatwerkvoorzieningen een minimale eigen bijdrage, ongeacht het aantal voorzieningen en de kosten van de voorzieningen. Huishoudens met een inkomen onder 130% van het bijstandsniveau kunnen hun eigen bijdrage vergoed krijgen uit de collectieve ziektekostenverzekering (CZM) die de gemeente voor hen heeft afgesloten. Indien de cliënt en de echtgenoot allebei een eigen bijdrage moeten betalen, bijvoorbeeld de één voor de Wlz en de ander voor de Wmo, wordt dit door het CAK tezamen beoordeeld, zodat de thuiswonende persoon niet onder het bestaansminimum komt..

Rechtspraak bij dit artikel