In hoofdstuk 3 van het landelijk Uitvoeringsbesluit maatschappelijke
ondersteuning 2015 is de uitvoering en systematiek vastgelegd van de
eigen bijdrage voor de maatwerkvoorzieningen. In hoofdstuk 2 van het
Besluit Wmo 2015 van de gemeente Ridderkerk is dit nader
uitgewerkt.
Bij maatwerkvoorzieningen, zowel in natura als in pgb is een eigen
bijdrage verschuldigd. Dit is een wijziging ten opzichte van de
voorgaande Wmo.
Een uitzondering hierop vormen de maatwerkvoorzieningen in de vorm
van een Regiotaxipas, een rolstoelvoorziening en het pgb in de vorm
van een kilometervergoeding, zoals vastgesteld in het Besluit voor
individueel taxi- en rolstoelvervoer. Voor maatwerkvoorzieningen
voor kinderen jonger dan 18 jaar mag alleen een eigen bijdrage
worden geheven voor woningaanpassingen.
De eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening, zowel in natura als
pgb wordt berekend, vastgesteld en geïnd door het Centraal
Administratie Kantoor (CAK).
In de Wmo beschikking wordt opgenomen dat er een eigen bijdrage
verschuldigd is en wordt verder verwezen naar de taak van het
CAK.
De eigen bijdrage is verschuldigd zolang de voorziening gebruikt
wordt en technisch niet is afgeschreven.
Indien de cliënt een maatwerkvoorziening in pgb verstrekt heeft
gekregen is het noodzakelijk een termijn in te voeren hoe lang de
cliënt de eigen bijdrage moet betalen.
Deze termijn is voor:
Soort voorziening
Aantal jaren
Vervoersvoorzieningen
7
Roerende woonhulpmiddelen
7
Woningaanpassing, niet zijnde een aanbouw
10
Woningaanpassing in de vorm van een aanbouw
15
Bij een laag bedrag is het reëel om het aantal perioden naar beneden
bij te stellen, omdat de cliënt anders jarenlang iedere 4 weken een
factuur met een kruimelbedrag van bijvoorbeeld € 2,- krijgt, als
hij/zij geen andere Wmo voorziening heeft:
Tot € 100,-
1
Van € 100,- tot € 200,-
2
Van € 200,- tot € 750,-
3
De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen en het vermogen van
de cliënt en zijn of haar partner, leeftijd en gezinssamenstelling.
De hoogte van de eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs
van de voorziening. Voor het bepalen van de eigen bijdrage is het
verzamelinkomen van belang uit het peiljaar, dat twee jaar voor het
lopende jaar ligt.
Huishoudens met een laag inkomen (het sociaal minimum) betalen voor
de Wmo maatwerkvoorzieningen een minimale eigen bijdrage, ongeacht
het aantal voorzieningen en de kosten van de voorzieningen.
Huishoudens met een inkomen onder 130% van het bijstandsniveau
kunnen hun eigen bijdrage vergoed krijgen uit de collectieve
ziektekostenverzekering (CZM) die de gemeente voor hen heeft
afgesloten.
Indien de cliënt en de echtgenoot allebei een eigen bijdrage moeten
betalen, bijvoorbeeld de één voor de Wlz en de ander voor de Wmo,
wordt dit door het CAK tezamen beoordeeld, zodat de thuiswonende
persoon niet onder het bestaansminimum komt..
Deel 1 › Afdeling 6
Artikel 6.2
Eigen bijdrage van de cliënt aan maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015