Als de cliënt dagbesteding op een andere locatie dan zijn woonadres
ontvangt of zal ontvangen moet beoordeeld worden of de cliënt in
staat is op eigen kracht naar deze dagbesteding te gaan.
Bijvoorbeeld met het openbaar vervoer, met de fiets, de bromfiets of
scooter, met hulp van huisgenoten of het sociale netwerk.
Als de cliënt in staat is om te leren met het openbaar vervoer te
gaan, kan dit aanleren onder de noemer individuele begeleiding
geboden worden voor een beperkte tijd. Wel wordt eerst onderzocht of
personen uit het sociale netwerk de cliënt dit kunnen leren. Als er
geen mogelijkheid is tot zelfredzaamheid in het vervoer naar de
dagbesteding kan vervoer een onderdeel zijn van de Wmo
maatwerkvoorziening Dagbesteding Groep.
Het vervoer van en naar de dagbesteding wordt vergoed conform de
bedragen die opgenomen zijn in het Besluit 2015.
Deel 2 › Afdeling 8.
Artikel 8.10
Vervoer van en naar dagbesteding
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015