De mate van beperkingen van de cliënt worden beoordeeld met behulp
van de Zelfredzaamheid Matrix (ZRM). Dit hulpmiddel is ondersteunend
om te kunnen beoordelen of de cliënt gezien zijn/ haar beperkingen
een oplossing kan vinden in voorliggende en algemene voorzieningen
of dat er een maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
We kennen onderscheid in lichte, matig en zware beperkingen.
Lichte beperkingenhouden in dat de cliënt lichte problemen heeft met de
dagelijkse routine en met het uitvoeren van vooral complexere
activiteiten. Met enige stimulans en/of toezicht is hij in staat
zijn sociale leven zelfstandig vorm te geven, aankopen te doen en
zijn geld te beheren. Wat betreft het aangaan en onderhouden van
sociale relaties, op school, op het werk, met het sociale netwerk,
is er met praten bij te sturen vanuit gezin, het sociale netwerk
en/of school. De persoon met beperkingen kan zelf om hulp vragen en
er is geen noodzaak tot het daadwerkelijk overnemen van taken.
Om die reden zijn voorliggende voorzieningen, zoals welzijnswerk,
MEE, cliëntondersteuning, maatschappelijk werk,
mantelzorgondersteuning, buurtwerk, inloophuizen in de wijk etc.
meestal adequaat om deze personen een steuntje in de rug te geven
waardoor zij zichzelf kunnen redden in de samenleving.
Matige beperkingenhouden in dat het oplossen van problemen, het
zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse
bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme)
voor de cliënt niet vanzelfsprekend zijn. Dit levert af en toe
zodanige problemen op dat de cliënt afhankelijk is van hulp.
De communicatie gaat niet altijd vanzelf doordat de cliënt soms niet
goed begrijpt wat anderen zeggen en/of zichzelf (soms) niet
voldoende begrijpelijk kan maken. Het niet inzetten van BG kan
leiden tot verwaarlozing/opname.
Zware beperkingenhouden in dat complexe taken voor de cliënt moeten
worden overgenomen. Ook het uitvoeren van eenvoudige taken en
communiceren gaan moeizaam. De cliënt kan niet zelfstandig problemen
oplossen en/of besluiten nemen, hij kan steeds minder activiteiten
zelfstandig uitvoeren. De zelfredzaamheid wordt problematisch. Voor
de dag structuur en het voeren van de regie is de cliënt afhankelijk
van de hulp van anderen.
Deel 2 › Afdeling 8.
Artikel 8.2
Mate van beperkingen in zelfredzaamheid en participatie
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015