Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Verplichtingen/verboden/kettingbeding/kwalitatieve verplichting

Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de verkoop van bouwterreinen in het stadsgewest Vlissingen / Middelburg 2010

1.. Bouwvergunning/bouwplicht/terugverkoop/garantiecertificaat De koper is verplicht het verkochte te bebouwen met de in de koopovereenkomst aangegeven bebouwing, welke al naar gelang de bestemming van de grond (een) woning(en), bedrijfsgebouw(en) of kanto(o)r(en) dan wel bijzondere of andere nader in die overeenkomst omschreven bebouwing kan betreffen, een en ander met inachtneming van de ter plaatse geldende wettelijke en stedenbouwkundige voorschriften. 2.. Ter verkrijging van een bouwvergunning voor de op te richten bebouwing is de koper verplicht binnen drie maanden na de ondertekening van de akte van levering bij de gemeente een ontvankelijke aanvraag om bouwvergunning in te dienen en eraan mee te werken dat deze vergunning zo spoedig mogelijk wordt verleend. Indien de gevraagde vergunning wordt geweigerd, is koper verplicht binnen een maand na die weigering of weigering in bezwaar/beroep, een nieuwe ontvankelijke aanvraag om bouwvergunning bij de gemeente in te dienen. Laatst vermelde verplichting blijft bestaan totdat er een bouwvergunning is verkregen en deze onherroepelijk is geworden. 3.. Met de bebouwing moet worden aangevangen binnen een half jaar na de datum waarop de bouwvergunning onherroepelijk is geworden, en dient, eenmaal aangevangen zijnde, ononderbroken te worden voortgezet. 4.. Indien binnen twaalf maanden nadat de bouwvergunning onherroepelijk is geworden de fundering voor de op het verkochte te realiseren bebouwing nog niet is gereed gekomen, is de koper - onverminderd het bepaalde in artikel 13.8. - op eerste verzoek van de gemeente verplicht het verkochte vrij op naam aan de gemeente terug te verkopen. De koopprijs zal alsdan bedragen de in de koopovereenkomst vermelde koopprijs exclusief omzetbelasting, zonder dat daar enige rentevergoeding over verschuldigd is en voorts onder aftrek van eventueel door de gemeente geleden schade. Tenzij anders overeen te komen is de koper alsdan verplicht het verkochte terug te leveren in de staat waarin het door de gemeente is geleverd. 5.. Binnen ten hoogste twee jaren, te rekenen vanaf de datum van aanvang van de bouw, moet de bebouwing glas- en waterdicht zijn voltooid. 6.. Indien de koper een niet-natuurlijk persoon betreft die het verkochte bebouwt met woningen die bestemd zijn om te worden verkocht of verhuurd, is: het bepaalde in artikel 13.13. niet van toepassing; hij verplicht bij verkoop aan zijn koper(s) een solide garantiecertificaat af te (doen) geven dat voorziet in een laagdrempelige geschillenregeling en bij faillissement van de bouwer de volledige afbouw van de woning zonder kosten voor de koper(s) daarvan. Voormeld garantiecertificaat behoeft geen hogere eisen te stellen dan het Bouwbesluit en dient te zijn afgegeven door een maatschappij die valt onder het toezicht van de Nederlandsche Bank. 7.. Afscheiding verkochte Indien het verkochte grenst aan gemeente-eigendommen is de koper verplicht het verkochte binnen drie maanden na voltooiing van de daarop op te richten bebouwing, op zijn kosten van die aangrenzende grond af te scheiden en afgescheiden te houden. 8.. Verlenging termijnen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente kan op schriftelijk verzoek van de koper de in dit artikel gestelde termijnen verlengen en daaraan nadere voorwaarden verbinden. 9.. Boete Indien de koper in gebreke blijft te voldoen aan de in de artikelen 13.1. tot en met 13.7. vermelde verplichtingen, zal hij aan de gemeente per overtreding voor elke volle dag van in gebreke blijven een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd van eenhonderd vijftig euro (€ 150,00), zulks onverminderd het recht van de gemeente te kiezen voor een vordering tot nakoming. Het bepaalde in artikel 6:92 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij dezen uitdrukkelijk uitgesloten. 10.. Kettingbeding Zolang nog niet geheel is voldaan aan de in de artikelen 13.1. tot en met 13.7. omschreven verplichtingen, zullen deze op alle opvolgende kopers en opvolgende gerechtigden toepasselijk zijn en wel zodanig, dat elke koper of opvolgend gerechtigde door wie een of meer van die verplichtingen niet zijn nagekomen, aansprakelijk zal zijn tot betaling van de in artikel 13.9. genoemde boete. 11.. Hiertoe zullen bedoelde verplichtingen, alsmede het bepaalde in artikel 13.9. tot en met 13.12., bij elke overdracht van de verkochte grond of vestiging van een beperkt gebruiksrecht op het verkochte, in de betreffendeleverings- of vestigingsakte woordelijk moeten worden opgenomen en worden bedongen ten behoeve van de gemeente. 12.. Bij niet nakoming van het in artikel 13.11. vermelde beding verbeurt de koper of de opvolgend gerechtigde, die dat beding overtreedt, ten behoeve van de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete, gelijk aan de koopprijs van het verkochte inclusief omzetbelasting. 13.. Toestemming bij overdracht Zolang niet geheel is voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 13.1. tot en met 13.7., is het zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente verboden het verkochte (geheel of gedeeltelijk) in (economische)eigendom over te dragen, in erfpacht uit te geven, met beperkte rechten te bezwaren, te verhuren of te verpachten. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. 14.. Het bepaalde in artikel 13.13. is niet van toepassing bij de vestiging van rechten van hypotheek en in geval van executoriale verkoop als bedoeld in artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek. 15.. Bij overtreding van het in artikel 13.13. genoemde verbod zal de koper aan de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd, gelijk aan de door hem aan de gemeente betaalde koopprijs inclusief omzetbelasting. 16.. Bedrijfsbebouwing: in/uitrit(ten), verboden, kwalitatieve verplichting Indien het verkochte is bestemd voor bedrijfsbebouwing: zijn de kosten voor de naar het verkochte te maken in/uitrit(ten) voor rekening van de koper. De koper dient voor de realisering van in/uitrit(ten) toestemming casu quo vergunning aan te vragen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. is elke uitoefening van detailhandel of horeca op het verkochte of in de daarop gestichte bedrijfsbebouwing verboden; en tot die bebouwing een bedrijfswoning behoort, is het verboden deze anders te (doen) gebruiken dan als bedrijfswoning, onlosmakelijk behorende bij de bedrijfsbebouwing, voor de huisvesting van (het huishouden van) personen wier huisvesting daar, gelet op de bestemming van -en bedrijfsactiviteiten in- de bedrijfsbebouwing, noodzakelijk moet worden geacht; 17.. Bij overtreding van de in artikel 13.16. onder b. en c. genoemde verboden zal de koper aan de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd van vijfhonderd euro (€ 500,00) voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt, zulks onverminderd het recht van de gemeente nakoming te vorderen. Het bepaalde in artikel 6:92 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij dezen uitdrukkelijk uitgesloten. 18.. Kwalitatieve verplichting Partijen komen overeen dat het bepaalde in de artikelen 13.13., 13.16 sub b., 13.16 sub c. en 13.17. als kwalitatieve verplichting rust op het verkochte en van rechtswege zal overgaan op hen die het verkochte onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een beperkt gebruiksrecht op het verkochte zullen verkrijgen. Partijen machtigen elkaar over en weer om dit beding te doen inschrijven in de daartoe bestemde openbare registers. 19.. Verplichting tot zelfbewoning en verbod doorverkoop Indien het verkochte is bestemd voor de bouw van een woning (geen dienstwoning zijnde), verplicht koper zich om: die woning uitsluitend te zullen gebruiken voor zelfbewoning (met zijn eventuele gezinsleden) en het verkochte inclusief opstal(len) niet aan derden te zullen doorverkopen, een en ander behoudens het vermelde in de artikelen 13.20. tot en met 13.21. 20.. Het bepaalde in artikel 13.19. is niet van toepassing in geval van: verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 van het Burgerlijk Wetboek; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers (artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek); schriftelijke ontheffing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Deze ontheffing zal in ieder geval worden verleend bij: - verandering van werkkring van koper op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden; - overlijden van koper of diens echtgeno(o)t(e); - ontbinding van het huwelijk van koper door echtscheiding; - verhuizing waartoe wordt genoodzaakt door de gezondheid van koper of een van zijn gezinsleden. 21.. Het bepaalde in artikel 13.19. vervalt nadat de koper de desbetreffende woning gedurende twee achtereenvolgende jaren heeft bewoond. Als maatstaf geldt hierbij de datum waarop en de tijd gedurende welke koper als bewoner van het desbetreffende adres in het bevolkingsregister is ingeschreven. 22.. Bij overtreding door de koper van het bepaalde in artikel 13.19. zal hij aan de gemeente een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete zijn verschuldigd, gelijk aan vijftig procent (50%) van de koopprijs van het verkochte inclusief omzetbelasting indien de verkoop plaatsvindt in het eerste bewoningsjaar en vijfentwintig procent (25%) van de koopprijs van het verkochte inclusief omzetbelasting indien de verkoop plaatsvindt in het tweede bewoningsjaar. 23.. Indien de koper een niet-natuurlijk persoon betreft, is het bepaalde in de artikelen 13.19. tot en met 13.22. niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel