**1..** Artikel 2 van deze verordening is voor toepassing van Artikel 10
onverminderd van kracht.
**2..** Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder a, sub 1, doelbewust te beschadigen, wijzingen, te vernielen
of anderszins te ontsieren.
**3..** Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid,
gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking
tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd dan
wel de werkzaamheden worden aangemerkt als ‘vergunning vrij’ als
bedoelt in het BOR (Besluit Omgevings Recht).
**4..** Het college mag altijd vrijstelling- of restauratietoestemmingen
verlenen los van een vergunningplicht als daarmee de instandhouding
van het gemeentelijke monument wordt bespoedigd.
**5..** Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een
religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede
lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het
een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de
godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.
**6..** het college kan voorschrijven dat de aanvrager van een vergunning
als bedoeld in het tweede lid nader onderzoek moet verrichten, zoals
bouwhistorisch of archeologisch onderzoek.
**7..** het college kan aan de vergunning voorschriften verbinden
betreffende de uitvoering en materiaaltoepassing.
**8..** Voor het voeren van bebording of spandoeken bedoelt als reclame is
voor gemeentelijke monumenten het gestelde voor rijksmonumenten en
beschermde gezichten van toepassing; en ten aller tijden toestemming
vereist.
**9..** Voor het voeren van bebording of spandoeken bedoelt voor informatie
verstrekking over beschermde monumenten of gezichten is hetgeen van
toepassing wat onder lid 7 is gesteld over reclame.
**10..** Het gestelde in deze verordening is altijd ondergeschikt aan (bouw-)
wetgeving door het Rijk.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening 2015 Gemeente Westerveld