Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 23.

Instandhoudingsbepaling archeologische terreinen

Onderdeel van Erfgoedverordening 2015 Gemeente Westerveld

Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder f, g, h en j, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: • als gevolg van normaal agrarisch gebruik. Hiertoe behoren: Grondbewerking tot een diepte van 30 cm onder het maaiveld (= gemiddelde bouwvoor). Niet- bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot maximaal 10 cm onder de bouwvoor; het aanbrengen van drainage, tenzij het gaat om Essen en AMK-terreinen1 of anderszins bekende archeologische vindplaatsen op de gemeentelijke archeologiekaarten, of: • in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde of; • in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2, of; • in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2. in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid,van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart; een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. et een verstoring betreft van een archeologisch monument als aangegeven op de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt: • in een gebied met een zeer hoge (wettelijk beschermd) tot een archeologische waarde dan geldt altijd een onderzoeksplicht of; • in de historische kernen van Diever, Doldersum, Dwingeloo, Eemster, Havelte, Leggeloo, Lhee, Uffelte, Vledder en Wittelte en de verstoring kleiner is dan 70 m2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel