Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in
artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch
verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder f, g, h en j, de
bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
het een verstoring betreft van een archeologisch
verwachtingsgebied als aangegeven op de Archeologische verwachtings- en
beleidsadvieskaart, en waarbij die verstoring plaatsvindt:
• als gevolg van normaal agrarisch gebruik. Hiertoe behoren:
Grondbewerking tot een diepte van 30 cm onder het maaiveld (= gemiddelde
bouwvoor). Niet- bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het
verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot maximaal 10 cm
onder de bouwvoor;
het aanbrengen van drainage, tenzij het gaat om Essen en AMK-terreinen1
of anderszins bekende archeologische vindplaatsen op de gemeentelijke
archeologiekaarten, of:
• in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde of;
• in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en
het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2, of;
• in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te
verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2.
in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
eerste en tweede lid,van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en
hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische
monumentenzorg
het college nadere regels stelt met betrekking tot de
uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een
archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als
aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart;
een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde
van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en
wethouders in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
• het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden
geborgd;
• de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden
geschaad;
• in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
et een verstoring betreft van een archeologisch monument
als aangegeven op de Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart,
en waarbij die verstoring plaatsvindt:
• in een gebied met een zeer hoge (wettelijk beschermd) tot een
archeologische waarde dan geldt altijd een onderzoeksplicht of;
• in de historische kernen van Diever, Doldersum, Dwingeloo, Eemster,
Havelte, Leggeloo, Lhee, Uffelte, Vledder en Wittelte en de verstoring
kleiner is dan 70 m2.
Hoofdstuk 6.
Artikel 23.
Instandhoudingsbepaling archeologische terreinen
Onderdeel van Erfgoedverordening 2015 Gemeente Westerveld