De hoogte van een door het college te verlenen vergoeding voor in de kosten van het gebruik van een eigen auto, het gebruik van vervoer door derden ,het gebruik van een bruikleenauto of een andere verplaatsingsmiddel is een forfaitaire vergoeding.
De hoogte van een door het college te verlenen vergoeding voor de kosten van het gebruik van een (rolstoel) taxi is een gemaximeerde vergoeding.
De vergoedingen op jaarbasis voor de vervoersvoorzieningen als genoemd in artikel 7.2 lid onder a bedragen per 1-1-2015:
voor de kosten van het gebruik van een eigen auto : € 285,--;
voor de kosten van het uitsluitend gebruik van vervoer door derden : € 285,--;
voor de kosten van een bruikleenauto : € 635,-
voor de kosten van uitsluitend het gebruik van een taxi voor de aanvrager woonachtig binnen het werkgebied van de deeltaxi Drachten : € 1.500,--;
voor de kosten van uitsluitend het gebruik van een taxi voor de aanvrager woonachtig buiten het werkgebied van de deeltaxi Drachten : € 2.600,--;
voor de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi : € 3.000,--;
voor de kosten van het gebruik van zowel een taxi als van vervoer door derden, beiden voor 50%, voor de aanvrager woonachtig binnen het werkgebied van de deeltaxi Drachten : € 892,50 bestaande uit € 142,50 voor het vervoer door derden en € 750,-- voor het gebruik van een taxi;
voor de kosten van het gebruik van zowel een taxi als van vervoer door derden, beiden voor 50%, voor de aanvrager woonachtig buiten het werkgebied van de deeltaxiDrachten : € 1442,50 bestaande uit € 142,50 voor het vervoer door derden en € 1300,=
voor het gebruik van een taxi;
Voor een bewoner van een WLZ instelling bedraagt de vergoeding op jaarbasis voor het gebruik van een auto € 142,50, voor het gebruik van een taxi € 750,-, voor het gebruik van zowel een taxi als van een auto € 446,25: bestaande uit € 375,- voor het gebruik van een taxi en € 71,25 voor het gebruik van een auto; en voor het gebruik van de rolstoeltaxi € 1500,-.
De hoogte van de gemaximeerde tegemoetkoming als bedoeld in 7.2 lid 1 onder a van dit Besluit wordt voor aanvragers tot 16 jaar gesteld op een percentage van het in het derde en vierde lid van dit besluit genoemde bedragen , namelijk:
0% voor gehandicapten tot 4 jaar
25% voor gehandicapten van 4 tot 6 jaar
50% voor gehandicapten van 6 tot 12 jaar en
75% voor gehandicapten van 12 tot 16 jaar.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.5