Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 18.

Verlenging van termijnen

Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Op verzoek van een rechthebbende kunnen de in artikel 17, lid 1, bedoelde termijnen worden verlengd. De aanvraag hiertoe dient, binnen twee jaar voor het verstrijken van de desbetreffende termijn, te worden gericht aan het college. Is een dergelijk verzoek niet gedaan één (1) jaar voor het verstrijken van de termijn waarvoor het graf is uitgegeven dan doet de houder van de begraafplaats hiervan schriftelijk bericht aan de rechthebbende. Wordt niet binnen drie maanden na die kennisgeving om verlenging van het recht verzocht dan wordt van deze mogelijkheid tot verlenging bij het graf én bij de ingang van de begraafplaats mededeling gedaan. Deze mededeling blijft aangeplakt tot het einde van de termijn waarvoor het recht op een particulier graf werd gevestigd. 2.. De termijn van verlenging bedraagt in alle, hierboven in artikel 17, lid 1 omschreven gevallen, tien (10) jaar. 3.. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander dan de rechthebbende kan op verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven op een bloed- of aanverwant tot in de derde graad of een rechtspersoon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel