Een cliënt kan voor een collectieve vervoersvoorziening in aanmerking worden gebracht indien beperkingen het gebruik van het reguliere openbaar vervoer of het bereiken van het reguliere openbaar vervoer onmogelijk maken en de cliënt een regionale vervoersbehoefte heeft.
Wet- en regelgeving: Wmo artikel 1.1.1, Verordening artikel 7 en Besluit artikel 1 sub a en b, artikel 8, artikel 9