**1..** In het kader van de arbeidsinschakeling en participatie kan er
sprake zijn van noodzakelijke kosten die voor vergoeding in
aanmerking komen. Onder deze noodzakelijke kosten worden uitsluitend
verstaan:
reiskosten, tot maximaal 1 maand na de arbeidsinschakeling,
conform de Richtlijn reiskosten vergoeding bij
arbeidsinschakeling en trajecten sociale activering;
reiskosten, met betrekking tot het verrichten van
additionele werkzaamheden zoals genoemd in artikel 18 van de
verordening, conform de Richtlijn reiskosten vergoeding bij
arbeidsinschakeling en trajecten sociale activering;
reiskosten, met betrekking tot het verrichten van een
werkstage zoals genoemd in artikel 10 van de verordening,
conform de Richtlijn reiskosten vergoeding bij
arbeidsinschakeling en trajecten sociale activering;
verwervingskosten; de kosten die het gevolg zijn van het
verwerven van werk en het aanvaarden van werk zoals de
aanschaf van (persoonlijk) gereedschap of kleding
(bijvoorbeeld veiligheidsschoenen, overall et cetera) voor
zover de werkgever die niet vergoedt, tot een maximum van €
500,-;
de kosten van een verplichte verhuizing, in het kader van
artikel 18, het vierde lid onder e van de wet. Hiervoor
wordt aangesloten op de Beleidsregels bijzondere bijstand.
Deze kosten bestaan uit de transportkosten op basis van
offertes en de kosten van de stoffering op basis van een
standaardprijs per vierkante meter;
de meerkosten van de kinderopvang tot maximaal 6 maanden na
de arbeidsinschakeling.
**2..** De aanvraag om een vergoeding van noodzakelijke kosten wordt vooraf
ingediend.
Hoofdstuk 8
Artikel 18
Vergoeding noodzakelijke kosten
Onderdeel van Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet 2015