**1..** Een uitzendorganisatie heeft aanspraak op loonkostensubsidie indien
de belanghebbende deeltijdse arbeid verricht voor deze
uitzendorganisatie en een aanvullende bijstandsuitkering
ontvangt.
**2..** De aanspraak en hoogte van de loonkostensubsidie als bedoeld in het
eerste lid is afhankelijk van het aantal gewerkte uren in de periode
van 12 maanden na de eerste werkdag.
**3..** De loonkostensubsidie kan bestaan uit een basissubsidie, een
verlengde subsidie en een uitstroomsubsidie.
**4..** De uitzendorganisatie heeft aanspraak op de basissubsidie, indien de
belanghebbende 250 uren gewerkt heeft via de
uitzendorganisatie.
**5..** De uitzendorganisatie maakt in aanvulling op lid 4 nog eenmalig
aanspraak op de basissubsidie, indien de belanghebbende 500 uren
heeft gewerkt via de uitzendorganisatie.
**6..** De uitzendorganisatie heeft na 750 en 1000 gewerkte uren aanspraak
op de verlengde subsidie indien:
uit onafhankelijk medisch onderzoek is gebleken dat er
sprake is van een medische urenbeperking waardoor de
belanghebbende niet in staat is tot het verrichten van
voltijdse arbeid;
om sociale redenen is gebleken dat de belanghebbende niet in
staat is tot het verrichten van voltijdse arbeid.
**7..** De uitzendorganisatie heeft aanspraak op de uitstroomsubsidie indien
de belanghebbende, aansluitend op het in lid 5 of 6 genoemde aantal
uren, gedurende ten minste 6 maanden door arbeid bij dezelfde
uitzendorganisatie geen beroep doet op een (aanvullende)
bijstandsuitkering.
**8..** De werkgever heeft slechts eenmaal per werknemer aanspraak op deze
loonkostensubsidie.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
Voorwaarden van de loonkostensubsidie voor deeltijdwerk via uitzendorganisaties
Onderdeel van Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet 2015