Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Voorwaarden van de loonkostensubsidie voor deeltijdwerk via uitzendorganisaties

Onderdeel van Nadere regels Re-integratieverordening Participatiewet 2015

1.. Een uitzendorganisatie heeft aanspraak op loonkostensubsidie indien de belanghebbende deeltijdse arbeid verricht voor deze uitzendorganisatie en een aanvullende bijstandsuitkering ontvangt. 2.. De aanspraak en hoogte van de loonkostensubsidie als bedoeld in het eerste lid is afhankelijk van het aantal gewerkte uren in de periode van 12 maanden na de eerste werkdag. 3.. De loonkostensubsidie kan bestaan uit een basissubsidie, een verlengde subsidie en een uitstroomsubsidie. 4.. De uitzendorganisatie heeft aanspraak op de basissubsidie, indien de belanghebbende 250 uren gewerkt heeft via de uitzendorganisatie. 5.. De uitzendorganisatie maakt in aanvulling op lid 4 nog eenmalig aanspraak op de basissubsidie, indien de belanghebbende 500 uren heeft gewerkt via de uitzendorganisatie. 6.. De uitzendorganisatie heeft na 750 en 1000 gewerkte uren aanspraak op de verlengde subsidie indien: uit onafhankelijk medisch onderzoek is gebleken dat er sprake is van een medische urenbeperking waardoor de belanghebbende niet in staat is tot het verrichten van voltijdse arbeid; om sociale redenen is gebleken dat de belanghebbende niet in staat is tot het verrichten van voltijdse arbeid. 7.. De uitzendorganisatie heeft aanspraak op de uitstroomsubsidie indien de belanghebbende, aansluitend op het in lid 5 of 6 genoemde aantal uren, gedurende ten minste 6 maanden door arbeid bij dezelfde uitzendorganisatie geen beroep doet op een (aanvullende) bijstandsuitkering. 8.. De werkgever heeft slechts eenmaal per werknemer aanspraak op deze loonkostensubsidie.

Rechtspraak bij dit artikel