**1..** Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een Dagelijks Bestuur
op voordracht van de twee Colleges van burgemeester en
wethouders.
**2..** Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitters van beide Colleges
en één collegelid.
**3..** Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur
een plaatsvervangend lid aan.
**4..** De leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het
Dagelijks Bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode
van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen
tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks
Bestuur heeft aangewezen.
**5..** Een lid van het Dagelijks Bestuur kan deze functie te allen tijde
neerleggen.
**6..** Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn,
houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.
**7..** Indien er tussentijds één of meer vacatures in het Dagelijks Bestuur
ontstaan, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw
lid aan. Dit gebeurt op voordracht van het College van burgemeester
en wethouders wiens vertegenwoordiger is afgetreden/ontslagen. Tot
die tijd kunnen de resterende leden van het Dagelijks Bestuur
geldige besluiten nemen.
**8..** Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur
worden ontslagen als dit lid niet langer het vertrouwen van het
Algemeen Bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van
overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1
Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
**9..** De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan de raadsperiode;
in bijzondere situaties kan het Algemeen Bestuur besluiten van deze
algemene regel af te wijken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 12:
Samenstelling, benoeming, zittingsduur
Onderdeel van 2eWijziging Gemeenschappelijke regeling Bestuursdienst Ommen-Hardenberg