Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 2.4

Einde van het lidmaatschap

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit indien: het lid zich in voorlopige hechtenis bevindt; het lid bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die rijheidsbeneming tot gevolg heeft; het lid onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; De raad kan een lid op non-activiteit stellen: indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 81c, zesde lid, onder a, e zevende lid, onder a, van de Gemeentewet zouden kunnen leiden. De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in lid 2 de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. Een lid wordt door de raad ontslagen: a. op eigen verzoek; b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamercommissie; c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld; e. indien het lid naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. Een lid van de rekenkamercommissie kan door de raad worden ontslagen: wanneer hij door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen; indien hij handelt in strijd met artikel 81h van de Gemeentewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel