In deze verordening wordt verstaan onder:
benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot
een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
voorziening in het bestaan;
bijstandsnorm:
toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in
artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of
grondslag
van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of
een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen.
bezit: waarde van de bezittingen
waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of
redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de
woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel
50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand;
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Barendrecht 2015