in het besluit tot het opleggen van een verlaging van de uitkering als bedoeld in artikel 9a, twaalfde lid en artikel 18, tweede, vijfde, zesde, zevende en achtste lid van de Participatiewet of van de voorziening als bedoeld in artikel 20 en 38, twaalfde lid van de IOAW/IOAZ wordt in ieder geval vermeld:
a. de reden van de verlaging;
b. de duur van de verlaging;
c. het percentage waarmee de norm wordt verlaagd, en
d. indien van toepassing, de reden om af te wijken van de standaard verlaging.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Het besluit tot opleggen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Alkmaar 2015