De vergaderingen van de raad worden door de voorzitter geopend en gesloten. Na de opening spreekt de voorzitter of een lid van de raad het volgende gebed uit:
"Almachtige God, wij danken U, dat wij heden weer hier tezamen mochten komen en wij bidden U om ons te bekwamen bij het werk, hetwelk ons thans wacht.
Verlevendig in ons een diep besef van onze volstrekte afhankelijkheid van U; geef ons een helder inzicht in de belangen, wier behartiging ons is toevertrouwd en de nodige wijsheid om dat op de beste wijze te doen. Doe alzo onze beraadslagingen strekken tot Uw ere en ter bevordering van de ware belangen van de gemeente, Amen".
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 2
Artikel 14
Ambtsgebed
Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE VERGADERINGEN EN ANDERE WERKZAAMHEDEN VAN DE GEMEENTERAAD