**1..** Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is
verplicht hiervan gebruik te maken.
**2..** Een alleenstaande ouder aan wie een ontheffing is verleend zoals
bedoeld in artikel 9a van de wet en die niet beschikt over een
startkwalificatie is gehouden ten minste een voorziening te
accepteren met scholing of een opleiding die de toegang tot de
arbeidsmarkt bevordert, tenzij het college van oordeel is dat een
dergelijke scholing of opleiding de krachten en bekwaamheden van de
alleenstaande ouder te boven gaat.
**3..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet,
de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere
en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de
artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en
gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet
nakomt;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
behoort tot de doelgroep;
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen
geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt
gemaakt van een in deze verordening genoemde voorzieningen,
tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7,
eerste lid, onderdeel a, van de wet;
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende
bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer
geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de
voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar
behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening;
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer
voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden
gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.