Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening haven- en opslaggeld 2010

1. Geen havengeld wordt geheven voor: a. vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het rijk voor de naleving of de handhaving van de scheepvaartreglementen en het beheer en onderhoud van de Twentekanalen. b. vaartuigen behorende aan de gemeente Almelo. c. roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld verschuldigd is. d. vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor doorvaart of om van vaarrichting te veranderen. e. vaartuigen, waarmede in incidentele gevallen uitsluitend gebruik wordt gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor kerkbezoek of voor het doen van inkopen te Almelo door schippers en/of hun gezinsleden en/of hun dienstpersoneel voor een tijdsduur van ten hoogste twee dagen. f. voor woonschepen, waarvoor ingevolge andere heffingsverordeningen woonschepenrechten zijn verschuldigd. 2. Geen opslaggeld wordt geheven voor: a. voor het gebruik van de in artikel 4, lid 9, onder a, bedoelde kaden of loswallen voor te lossen of te laden goederen gedurende het tijdvak, ingaande bij het begin van de lossing en/of lading van het desbetreffende vaartuig tot 3 uur na het tijdstip van vertrek van dit vaartuig, waarbij de uren vallende tussen 18.00 uur en 06.00 uur buiten beschouwing blijven tenzij het vaartuig langer blijft liggen dan de duur van de los- en/of laadtijd voor het vaartuig volgens de Nederlandse wetgeving bedraagt, in welk geval het tijdvak eindigt te 09.00 uur van de dag, volgende op die, waarop de laad- en/of lostijd eindigt; b. van ondernemingen met eigen vaartuigen, welke een vaste ligplaats en een geregelde dienst op de gemeente hebben van tenminste 3 maal per week of 6 maal in de veertien dagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel