Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte als bedoeld in de artikelen 2.38 tot en met 2.43, verstrekt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, desgevraagd in persoon, binnen een door het college in het verzoek te noemen termijn, ter zake de inlichtingen en overlegt de geschriften die noodzakelijk zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisregistratie.
Artikel 2.47 Wet BRP verplicht de ingeschrevene om informatie te verstrekken over zijn adres, wanneer het college van burgemeester en wethouders het redelijke vermoeden heeft dat de ingeschrevene geen aangifte heeft gedaan van verblijf en adres, adreswijziging of vertrek. Ook kan de burger volgens dit artikel verplicht worden om in persoon te verschijnen.
Tijdens het adresonderzoek vraagt het college van burgemeester en wethouders aanvullende informatie over het adres, of vraagt de betrokkene om in persoon te verschijnen om aangifte te doen. Hiervoor geeft het college van burgemeester en wethouders betrokkene een termijn. Is de termijn verstreken dan sturen we betrokkene een voornemenbrief. Hierin geven we betrokkene een tweede mogelijkheid om in persoon te verschijnen of de gevraagde informatie te geven. Voldoet betrokkene hier niet aan, dan kan deze hiervoor een bestuurlijke boete krijgen.
Hoofdstuk
Artikel 2.47
Na vermoedelijk verzuim aangifte inlichtingen geven en geschriften overleggen/in persoon verschijnen
Onderdeel van Beleidsregels Wet basisregistratie personen Purmerend