1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2 Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het
aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting,
respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal
honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle
kalendermaanden overblijven.
3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan
wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de
belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog
volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de
ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
4 Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven. Voor de
toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet
verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of andere heffingen
aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2015