Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 6.

Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Terneuzen 2014

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan voor van welke nieuwe investeringen op basis van een door het college op een later tijdstip apart in te dienen voorstel besloten zal worden over het verlenen van autorisatie van het investeringskrediet. De overige nieuwe investeringen worden met het vaststellen van de begroting geautoriseerd. Het college informeert de raad vooraf als de lasten de geautoriseerde lasten of de investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het college geeft daarbij aan of hiervoor een voorstel voor wijziging van het budget of een voorstel voor bijstelling van het beleid zal worden voorgelegd. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Het college informeert hierbij de raad over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. Het investeringsvoorstel moet daarbij inzicht bieden in de voorgenomen financiële dekking van de investering, welke moet passen binnen de integraliteit van de begroting van het lopende jaar en de daarbij behorende meerjarenraming. Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet als bedoeld onder lid 4 kan achterwege blijven als de investering minder bedraagt dan € 300.000,00, de investering past binnen het bij de begroting vastgestelde beleid en als de uit de investering voorvloeiende kapitaallasten en overige exploitatielasten kunnen worden gedekt binnen het budget van het desbetreffende begrotingsprogramma. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden: per individueel collegebesluit mag maximaal € 25.000,00 ten laste van de post onvoorzien worden besteed; de beschikkingen in de loop van het jaar samen mogen als totaal het bij de oorspronkelijke begroting vastgestelde bedrag van de post onvoorzien zonder voorafgaande toestemming van de raad niet te boven gaan; beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat en voor zover zorgvuldig is vastgesteld dat binnen de vastgestelde raming van het begrotings­programma waarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn; de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onuitstelbaar of onvermijdbaar zijn, dan wel moet aantoonbaar vaststaan dat het in het kader van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de begroting wenselijk is de uitgave te verrichten; het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat; door verwerking hiervan in de begrotingswijzigingen legt het college verantwoording af aan de raad over de bestedingen ten laste van de post onvoorzien. Ten minste eenmaal per twee maanden wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welke lasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht en wat het resterende saldo van de post onvoorzien is. Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad tot een bedrag van € 50.000,00 te beschikken over bestemmingsreserves binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve. Via de tussentijdse rapportages en de jaarverslaggeving legt het college aan de raad hierover verantwoording af. Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting met niet meer dan 3% worden overschreden. Dit onder het voorbehoud dat elders binnen de begroting voor de overschrijding dekking kan worden gevonden.

Rechtspraak bij dit artikel