Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Leeftijden

Onderdeel van Algemene salarisverordening Vlissingen 1995

1.. Het salaris van de ambtenaar jonger dan 21 jaar wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal verhoogd tot het naast hogere bedrag naar gelang zijn leeftijd toeneemt, onverminderd hetgeen overigens dienaangaande in deze verordening is bepaald. 2.. Het salaris van de ambtenaar ouder dan 21 jaar en die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd op de wijze als in de betreffende salarisschaal is aangegeven, naar gelang van de ingevolge dit artikel en artikel 8 van deze verordening verworven dan wel toegekende salarisanciënniteit. 3.. De ambtenaar verwerft een salarisanciënniteit, gelijk aan de tijd gedurende welke hij als ambtenaar ouder dan 21 jaar in het door hem beklede ambt is gesalarieerd, onverminderd de gevolgen, bij toepassing van hetgeen overigens met betrekking tot de salarisanciënniteit in deze verordening is bepaald. 4.. De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in artikel 3:6:2 van de UWO, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen. 5.. Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naast hogere bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel