Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontheven worden

Onderdeel van Algemene regeling wachtdienstvergoeding Vlissingen 1992

1.. Indien de ambtenaar, die de leeftijd van 55 jaar nog niet heeft bereikt en die gedurende tenminste tien jaren regelmatig en in belangrijke mate wachtdienst heeft verricht, wegens reorganisatie of op medische of sociale gronden van de verplichting tot het verrichten van wachtdienst wordt ontheven, heeft hij met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin een van de genoemde omstandigheden zich voordoet, aanspraak op een garantie-wachtdienstvergoeding, die gedurende het eerste jaar 75%, gedurende het tweede jaar 50% en gedurende het derde jaar 25% van de door hem laatstelijk genoten vergoeding voor wachtdienst bedraagt. 2.. Wanneer de in het eerste lid bedoelde ambtenaar minder dan tien jaren regelmatig en in belangrijke mate wachtdienst heeft verricht, bedraagt de garantie-wachtdienstvergoeding gedurende het eerste jaar 50% en gedurende het tweede jaar 25%, met dien verstande dat de uitkeringsduur nooit langer is dan de periode gedurende welke regelmatig en in belangrijke mate wachtdienst is verricht. 3.. Onder laatstelijk genoten vergoeding wordt verstaan het bedrag, dat in een periode van twaalf maanden, onmiddellijk voorafgaande aan de dag, waarop een van de in het eerste lid genoemde omstandigheden zich heeft voorgedaan, gemiddeld per maand voor het verrichten van wachtdienst is of zou zijn uitbetaald op grond van artikel 3. 4.. Indien een uitkeringsgenietende als bedoeld in dit artikel de leeftijd van 55 jaar bereikt, blijft hij in het genot van de garantie-wachtdienstvergoeding waarop hij laatstelijk recht had. 5.. Het bepaalde in artikel 6, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel